Aangepaste examens

Om in aanmerking te komen voor een aangepast examen moet de cursist met een schriftelijk bewijs aantonen dat er gebruik gemaakt moet worden van een aangepast examen. Zo'n bewijs is een doktersverklaring, een verklaring van een daartoe gerechtigd onderzoeksinstituut, van een psycholoog of pedagoog.

De cursist wordt met het verzoek voor een aangepast examen doorverwezen naar een daartoe aangewezen medewerker CS, die het verzoek voorziet van een advies. Het advies wordt goedgekeurd door de voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie. Het besluit van de voorzitter van de examencommissie is geldig gedurende de gehele duur van de opleiding, met dien verstande dat wanneer de cursist een andere opleiding gaat volgen, een nieuw verzoek moet worden ingediend.

Het is van belang dat de examinator/surveillant bekend is met de beperkingen van de cursist, op de hoogte is van de verstrekte faciliteiten en de cursist ondersteunt en stimuleert van de aanpassingen gebruik te maken. De cursist heeft bij de toets of het examen het schriftelijke besluit van de voorzitter van de examencommissie bij zich.Om de cursist in de gelegenheid te stellen om direct bij aanvang van de opleiding gebruik te maken van de extra faciliteiten, is het van belang dat meteen na de intake contact opgenomen wordt met CS.

Indien de wens voor aangepaste examinering niet bij de intake wordt vastgesteld, is het belangrijk dit zo snel mogelijk te doen na vaststelling van de functiebeperking. Uitgangspunt is dat de cursist zelf aangeeft of deze al dan niet gebruik wil maken van extra faciliteiten.

Algemene procedure

Stap 1.
Op het aanmeldingsformulier geeft de cursist aan of er bijzondere zaken zijn. Bijzonderheden geven aanleiding tot een intakegesprek. In dit gesprek kan naar voren komen dat de cursist functiebeperkingen heeft, die het gebruik van aangepaste examinering noodzakelijk maken. De intaker geeft de gegevens schriftelijk of via de mail door aan een daartoe aangewezen medewerker van Cursistenservice.

Als niet meteen bij de intake, maar pas in de loop van de opleiding de functiebeperking blijkt, c.q. de behoefte aan aangepaste examinering, neemt de mentor op dat moment contact op met de aangewezen medewerker CS.

Stap 2.
De medewerker CS adviseert op grond van de officiële verklaringen van een arts, een daartoe gerechtigd onderzoeksinstituut of onderzoeker voor welke aanpassingen de cursist in aanmerking komt. Het advies wordt schriftelijk uitgebracht aan de voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie.

Stap 3.
De voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie tekent voor de formele toewijzing. Het advies wordt daarmee bindend. Het advies (nu besluit) gaat terug naar de medewerker CS.

Stap 4.
De medewerker CS stuurt het originele, ondertekende besluit toe aan (de ouders/verzorgers van) de cursist. Hij draagt er tevens zorg voor dat een afschrift van dit besluit naar de mentor en de opleidingscoördinator gaat, en naar het examenbureau.

Stap 5.
De medewerker CS bespreekt met de (ouders/verzorgers van de) cursist en met de mentor de mogelijkheden om het besluit uit te voeren. Hij onderneemt de nodige stappen voor de aanschaf van de hulpmiddelen en voor uitvoering van het besluit. Hierbij zullen indien (financieel) nodig ook externe instanties worden ingeschakeld, zoals het GAK, de gemeente, Arbodienst, etc.

De mentor c.q. opleidingscoördinator maakt het besluit bekend in het opleidingsteam.
Het examenbureau maakt een aantekening op het geleideformulier over de toegestane faciliteit, zodat de surveillanten bij de centrale toetsing op de hoogte zijn.

Procedure in geval van (vermoeden van) dyslexie

a. Er is geen dyslexieverklaring.

Stap 1.
Wanneer er bij de aanmelding geen aanwijzingen waren voor mogelijke dyslexie bij de cursist, maar in de loop van de opleiding rijst het vermoeden van het voorkomen van een mogelijke vorm van dyslexie, dan wordt de cursist aangemeld bij de psycholoog of pedagoog van CS voor een diagnostisch onderzoek. Aanmelding kan gebeuren door de mentor of door de cursist zelf (of de ouders/verzorgers) d.m.v. een zogenaamd 'verwijsformulier'.

Stap 2.
Resultaat van het onderzoek kan zijn dat er een dyslexieverklaring wordt afgegeven, dan wel een 'verklaring van kenmerken van dyslexie'. Dit laatste is een verklaring in het geval er sterke aanwijzingen zijn dat er sprake is van dyslexie, maar dat deze diagnose niet definitief kan worden gesteld. Feitelijk wordt deze verklaring gelijkgesteld aan een dyslexieverklaring.

Stap 3.
Door de onderzoeker wordt een schriftelijk advies opgesteld voor de voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie. Doel van dit advies is het verlenen van examen-faciliteiten aan de cursist.

Stap 4.
De voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie neemt het advies over. Het advies (nu besluit) gaat terug naar de onderzoeker.

Stap 5.
De onderzoeker stuurt het originele, ondertekende besluit toe aan (de ouders/verzorgers van) de cursist. Hij draagt er tevens zorg voor dat een afschrift van dit besluit naar de mentor en de opleidingscoördinator gaat, en naar het examenbureau.

Stap 6.
In een gesprek met de cursist en de mentor bespreekt de onderzoeker de resultaten van het onderzoek en de toegekende faciliteiten en de wijze waarop deze kunnen worden uitgevoerd.
De mentor c.q. opleidingscoördinator maakt het besluit bekend in het opleidingsteam.
Het examenbureau maakt een aantekening op het geleideformulier over de toegestane faciliteit, zodat de surveillanten bij de centrale toetsing op de hoogte zijn.

b. Er is een dyslexieverklaring jonger dan twee jaar

Wanneer de cursist een dyslexieverklaring van jonger dan twee jaar kan overleggen, opgesteld door een psychodiagnostisch geschoold psycholoog of pedagoog, volgt er geen nader onderzoek. Wel wordt de cursist doorverwezen naar de psycholoog of pedagoog van CS.
Op basis van een gesprek van deze met de cursist wordt een advies opgesteld voor de voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie.

Verder worden de stappen 4 t.e.m. 6 genomen, zoals hiervoor beschreven, met dien verstande dat indien van toepassing ook de remedial teacher een afschrift ontvangt van het besluit tot facilitering.

c. Er is een dyslexieverklaring ouder dan twee jaar

Wanneer de cursist een dyslexieverklaring van ouder dan twee jaar kan overleggen, volgt er een kort, aanvullend onderzoek. Hiertoe wordt de cursist doorverwezen naar de psycholoog of pedagoog van CS.

Op basis van het kort, aanvullend onderzoek wordt door de onderzoeker een advies opgesteld voor de voorzitter van de Overkoepelende Examencommissie.

Verder worden de stappen 4 t.e.m. 6 genomen, zoals hiervoor beschreven, met dien verstande dat indien van toepassing ook de remedial teacher een afschrift ontvangt van het aanvullend onderzoek en van het besluit tot facilitering.

Mogelijke aanpassingen
In principe kunnen alle mogelijke aanpassingen worden voorgesteld.

De meest gebruikelijke zullen zijn:

  • mogelijkheid om mondeling te toetsen, evt. met behulp van geluidsdragers of met voorlezen van vragen;
  • aanpassing van de examendocumenten (vb. lay-out, hoeveelheid tekst, vergroot formaat, lettergrootte pnt. 12 of 14, lettertype Times New Roman);
  • mogelijkheid tot schriftelijk gemaakte examen of toets mondeling toe te lichten;
  • aanpassing van het toets- of examenmoment (vb. minder toetsen op één dag);
  • dispensatie van toets- of examenonderdelen (vb. spellingtoetsen);
  • schriftelijk examen i.p.v. mondeling, vb. ten behoeve van een cursist met een auditieve functiebelemmering;
  • verlenging van examenduur of toetstijd tot maximaal 50 %;
  • mogelijkheid om gebruik te maken van speciale hulpmiddelen zoals een leesloep, een leespen, een laptop met spellingcontrole, geluidsdragers, e.d.;
  • aanpassing toets- of examenlocatie of de plaats in de toetsruimte (vb. i.v.m. lichtvoorziening of afleidbaarheid);
  • vermijden of juist gebruik maken van multiple choicevragen c.q. open vragen;
  • computeraanpassingen (apparatuur en programmatuur);
  • inschakeling tolkendienst.

Door deze faciliteiten toe te staan heeft een groot deel van de cursisten met een functiebeperking gelijke kansen op het verwerven van een kwalificatie.

In incidentele gevallen (vb. cursist kan door een recent ongeval niet schrijven) is de aangepaste toetsing ter beoordeling aan de docent i.s.m. het examenbureau.